?

Log in

The Pentelia Project
Cards and beads
Kalkins Logboek 28-7-254 
4th-Apr-2007 07:05 pm
cards
Dag 7, week 4, maand 7, 254 nGO Aasveer, Koninkrijk Virana

Door Kalkin Nimbleton

De reden dat het alweer een week geleden is dat ik het logboek heb aangevuld is dat Bella geworpen heeft. Door het grote aantal puppy’s gebeurde dit een halve week eerder dan we hadden verwacht. Zelfs tante Agaath had dit niet voorspeld. Ik moest vader helpen met het bijvoeren van een aantal van de jonge dieren, want niet voor alle twaalf puppy’s was een tepel beschikbaar. Ik vraag mij toch af hoe Wolf het op zijn leeftijd nog voor elkaar krijgt om vader te worden van een twaalfling. Het is veel werk, vooral ’s nachts, en het zal nog wel een tijdje duren voordat ze eindelijk voor zichzelf kunnen zorgen, maar het zal het uiteindelijk allemaal waard zijn.
Verder ben ik benoemd tot hoofd oppas, dat houdt in dat ik op de honden moet letten als de anderen bezig zijn met de handel. Dat is gewoon balen, want nu kan ik de dorpen niet in voor wat plezier. Maar ze zullen mij niet horen klagen, want ik hoop dat dit bewijst dat ik voor een hond kan zorgen, zodat ik pa kan overtuigen om er eentje te houden. Ik heb mijn oog al laten vallen op een van de puppy’s. Er mist een stuk uit zijn linkeroor, doordat hij een van zijn broertjes of zusjes versloeg in de jacht naar een melkgevende tepel. Waarschijnlijk kon de verliezer het niet hebben en greep naar zijn oor. Ik moet nu alleen nog mijn vader zien te overtuigen.

Terug naar het logboek. Op het moment dat ik dit schijf zitten we op minder van een halve dag afstand van Elford, handelspost van de Woudelven of Thodhel zoals ze zichzelf noemen. We moeten hier kamperen, iets wat ik na het Spoeldal niet meer dacht te doen. De reden dat we hier klem zitten, is dat tante Agaath voorspelde dat er geen problemen zouden zijn op de weg en dat het verder lichtelijk zou gaan regenen, zodat er bijna niemand op weg zou zijn. Zoals zo vaak had zij het mis. Het was vandaag stralend weer waardoor we regelmatig achter trage boerenkarren zaten, die we na tientallen minuten pas konden passeren. Verder was de houten brug tussen Elford en Lemneg een paar weken geleden in brand gestoken, zodat wij om moesten reizen. Daarom zitten we nu precies tussen Elford en Lemneg op een stuk gras, met het elvenbos op nog geen mijl afstand, terwijl we lekker in Lemneg hadden kunnen zitten met een goed glas bier en ’s nachts een zacht bed om in te slapen.

Vanaf hier heb ik goed zicht op het elvenbos. Het geeft een vreemd gevoel. Ik heb constant het idee dat we bekeken worden. Volgens mij heeft oom Wellby hetzelfde idee, maar hij schijnt zich er niet druk om te maken. Integendeel; hij heeft pa zelfs weten te overtuigen om een grote vuur te maken en daar kruiden op te koken of te branden. Het hele kamp ruikt sterk naar allerlei kruiden. Gelukkig is de wind komen opzetten en blaast nu de aroma’s naar het bos. Volgens mij probeert mijn oom zo de boselven er van te overtuigen om kruiden te kopen, want de laatste keren dat we er waren hebben we niets weten te verkopen. Ik vind het een verspilling van kruiden. Ik heb niet het idee dat we nu meer gaan verdienen dan de vorige keer.

Tot zo ver deze aanvulling. Omdat ik verder mijn dagen gevuld heb met het verzorgen van de honden, heb ik verder weinig anders gedaan. Ik ga maar weer eens bij de honden kijken. Volgens mij hoor ik er eentje huilen; waarschijnlijk gebeten in een gevecht om een tepel.

Moge Amar over de honden en ons waken.
This page was loaded Mar 29th 2017, 9:06 am GMT.